Naar de inhoud
Strategiesmid, gemotiveerd besluiten

Besluiten

Besluitadvies

Er zijn opgaven waar de gebruikelijke aanpak op stukloopt. Meerdere beleidsterreinen, tegengestelde belangen, onzekerheid die niet valt weg te rekenen, en een besluit dat over jaren nog uitgelegd moet kunnen worden. Daar werk ik.

Voor wie
Bestuur, directie en beleid
Vormen
Sessie, traject, second opinion, masterclass
Doorlooptijd
Eén dagdeel tot tien weken
Werkgebied
Heel Nederland

De stelling

Complexe keuzes gaan zelden over goed versus slecht. Ze gaan vaker over kiezen tussen twee goeden.

De wachtlijst wegwerken of het personeel niet verder uitputten. Woningen bouwen of de laatste open ruimte bewaren. Allebei goed, en je kunt ze niet allebei kiezen. Zodra je de vraag zo stelt, verschuift het gesprek naar wat je opgeeft en waarom je dat verantwoord vindt.

§ 1Waarom het misgaat

Zes belemmeringen

In de bestuurspraktijk kom ik zes structurele belemmeringen tegen die tot zwakke besluiten leiden. Ze komen zelden voort uit onwil of onkunde. Ze zitten ingebakken in hoe organisaties zijn ingericht.

Korte‑termijndenkenDe bestuurlijke logica beloont zichtbaar resultaat binnen de begrotingscyclus. De opgave heeft een horizon van decennia.
Gefragmenteerde kennisDe vraag wordt opgeknipt voor specialisten. Elke expert diagnosticeert een deel, het integrale beeld blijft onzichtbaar.
Niet-systemisch kijkenSucces op een onderdeel, terwijl het geheel achteruitgaat. De ingreep verplaatst het probleem in plaats van het op te lossen.
SolutionismeDe drang om snel naar een oplossing te werken. Wat op voortgang lijkt is vaak beweging in de verkeerde richting.
Ongemotiveerde besluitenDe redenering blijft bij de beslissers. Dat maakt het besluit kwetsbaar voor weerstand, moeilijk navolgbaar en lastig aan te vechten op inhoud. En het kost je het leervermogen: wie niet opschrijft waarom hij koos, kan bij het volgende vergelijkbare vraagstuk niet terugkijken op de redenering.
Vermeden waardenconflictenHet vraagstuk wordt versmald tot er nog één waarde overblijft. De normatieve vraag verdwijnt, en met haar de legitimiteit.
Alwin Sixma aan het vuur in de smederij
Plaat 1. Verhitten tot het beweegt, vormen tot het klopt.
Alwin Sixma legt aan een scherm de vijf bewegingen uit
Plaat 2. De vijf bewegingen, van de vraag naar het besluit. Het meeste werk zit in de eerste twee.
Het Friese veenweidelandschap met een brede horizon
Plaat 3. Elk besluit veronderstelt een beeld van de horizon. Wie dat beeld niet uitspreekt, beslist op een aanname die niemand heeft getoetst.
§ 2Aanpak

Vijf bewegingen

Besluitvorming verloopt niet lineair, en elk traject heeft zijn eigen aandachtspunten en tempo. In hoofdlijnen komen we telkens dezelfde vijf bewegingen tegen. Ik doorloop ze met je, in de volgorde die het vraagstuk toelaat.

1. De vraag openenVoordat er iets te kiezen valt moet vaststaan waarover je beslist. Wie de probleemformulering vastlegt, bepaalt al een deel van de oplossingsrichting. We halen die impliciete keuze met elkaar naar boven en formuleren de keuzevraag opnieuw.
2. De context verkennenWelke partijen, waarden en belangen raken elkaar hier, en hoe hangen ze samen? We kijken naar de systeemdynamiek onder de symptomen: welke patronen houden de situatie in stand, en waar heeft een ingreep werkelijk effect. Ook de belangen die geen stem hebben komen op tafel.
3. Opties ontwikkelenDe meeste trajecten stranden op twee varianten van hetzelfde idee. We ontwikkelen minimaal drie wezenlijk verschillende richtingen, plus de optie om niets te doen. Per optie kijken we wie wint, wie verliest, en hoe moeilijk het is om terug te komen op de keuze.
4. Wegen en kiezenWat telt als een goed besluit, en wie bepaalt dat? We benoemen de criteria, de weging en de aannames. Wat je opgeeft door te kiezen komt op tafel. En dan wordt er gekozen, want een afweging die niet in een besluit eindigt is een oefening.
5. Motiveren en volgenDe redenering wordt vastgelegd zodat betrokkenen haar kunnen volgen en betwisten. Daarbij spreken we uit wat we verwachten te zien als gevolg van het besluit, hoe we dat volgen, en wat we doen als het anders loopt: wanneer gaan we opnieuw om tafel, en wie brengt het dan in.
De vraag aan het eind

Kun je dit besluit uitleggen aan degene die er het hardst door geraakt wordt?

§ 3Vormen

Hoe dat er in de praktijk uitziet

VormWat het is en wanneerDoorlooptijd
BeslissessieEén werksessie rond één concreet vraagstuk. We openen de vraag, brengen de criteria op tafel en leggen vast waarover je nu eigenlijk beslist. Je houdt een besluitkaart van één pagina over. Bij vastgelopen overleg of tijdsdruk.Een dagdeel
BesluittrajectBegeleiding van vraagarticulatie tot geborgd besluit, inclusief gesprekken met betrokkenen, het afwegingskader en de besluitnotitie waarin de motivering staat. Bij een besluit dat blijft schuiven of steeds wordt heropend.Vier tot tien weken
Second opinionEen kritische lezing van een besluit in wording. Ik zoek de onbenoemde aannames, de ontbrekende criteria en de plek waar de redenering het niet houdt. Voordat het stuk naar bestuur of raad gaat.Eén tot twee weken
Masterclass of werksessieGemotiveerd besluiten als vaardigheid, voor een team of directie, met eigen casuïstiek zodat het geleerde direct op tafel ligt.Dagdeel tot twee dagen
§ 4Verdieping

Verder lezen

Omslag van het diagnosepaper

Vier pagina's

Zes redenen waarom goede organisaties slechte besluiten nemen

Het diagnosepaper werkt de patronen hierboven uit, met voorbeelden uit de praktijk. Bedoeld om in de trein te lezen en daarna in je team op tafel te leggen. Ik stuur het je persoonlijk toe, met een korte reactie op je vraagstuk als je die erbij zet. Geen inschrijving en geen nieuwsbrief.

Vraag het diagnosepaper aan

Wil je de volledige uitwerking, met de theorie erachter en een toolkit per stap, dan is er ook een whitepaper van vierentwintig pagina's. Vraag er gerust naar, dan stuur ik hem mee.

Waar loopt het bij je vast?

Beschrijf het vraagstuk in een paar zinnen. Ik lees mee en reageer met wat mij als eerste opvalt.